Q8Oils : Moet olie echt worden ververst wanneer de TBN-waarde 50 % teruggelopen is? zaterdag 19 januari 2019

DE BROODJEAAPVERHALEN OVER OLIËN VOOR STATIONAIRE GASMOTOREN. ARTIKEL 1 VAN 3: MOET OLIE ECHT WORDEN VERVERST WANNEER DE TBN-WAARDE 50 % TERUGGELOPEN IS?

De 50 % Total Base Number-regel is waarschijnlijk de vuistregel die het minst in vraag wordt gesteld in de industrie. In alle eerlijkheid, voor de meeste traditionele oliën voor stationaire gasmotoren (SGEO) werkt deze regel ook goed. Maar om de volgende stap naar betere oliën te kunnen zetten, moet u de regel beter begrijpen.

Wat is TBN en hoe wordt het gebruikt?

Het TBN is een maateenheid van de alkalineconcentratie in een smeermiddel. Deze waarde wordt gebruikt voor de beschrijving van de reinigende eigenschappen (reserve aan basen) van de olie; m.a.w. een hoger TBN betekent een groter vermogen om zuur te neutraliseren.

De meest gebruikte test in de industrie is de ASTM D2896-testmethode. Deze test levert een accurate indicator van het TBN en de resultaten ervan kunnen worden vergeleken met het TBN van de ongebruikte olie. De 50 % TBN-grens betekent dat de olie van de stationaire gasmotor moet worden ververst wanneer de TBN-waarde van de gebruikte olie 50 % is van de waarde van de verse olie. Bijvoorbeeld: wanneer het TBN van de verse olie 6 mg KOH/g is, moet de gebruikte olie worden ververst wanneer de TBN-waarde 3 mg KOH/g is. Onder de 50 % worden de zuren in de olie onvoldoende geneutraliseerd, wat leidt tot verdikte olie, een hogere oxidatie en een snelle afbraak van het smeermiddel.

Veel Original Equipment Manufacturers (OEM’s) passen de 50 % TBN-regel toe. Deze OEM-grenswaarden voor gebruikte olie zijn heel belangrijk in het gasmotorensegment, omdat garanties en onderhoudscontracten hieraan gekoppeld zijn. Bijgevolg bepalen ze de olieverversingsintervallen en dus ook de perceptie van de kwaliteit.

Waarom moeten we deze regel herbekijken?

Om te begrijpen waarom de industrie de 50 % TBN-regel moet herbekijken, is het eerst en vooral belangrijk om de ASTM D2896-test te begrijpen. Het is een titratietest waarin de olie wordt geneutraliseerd met een sterk zuur, waarbij het zeer sterke perchloorzuur wordt gebruikt in het titratieproces. De hoeveelheid zuur die nodig is voor deze test bepaalt de TBN-waarde. Perchloorzuur is zo sterk dat de test alle basisbestanddelen meet, zowel de zwakke als de sterke basen.

Bij traditionele oliën voor stationaire gasmotoren werkt dit goed, omdat het Base Number gelijk is aan de hoeveelheid detergenten met te veel basen. En dat is een goede indicator van de neutraliserende eigenschappen.

Moderne gasmotoroliën met ‘schone technologie’ zijn gebaseerd op een complexere additievenchemie dan de traditionele SGEO’s. Behalve enkel sterk basisch materiaal, zoals detergenten met te veel basen, bevatten deze producten verschillende zwakke basische materialen. Voorbeelden van zwakke basische componenten zijn bepaalde antioxidanten en metaaldeactivators. Zie ook onderstaande tabel:

 

Componenten ASH

 

(ja/neen)

TBN

 

(ja/neen)

Detergent met te veel basen (neutraliseert zuren) J J
Dispergeermiddel (lost roet op) J/N J
Neutraal detergent (houdt het oppervlak schoon) J J
Antioxidant N J/N
Metaaldeactivator (deactiveert de katalysator) N J

 

Dat betekent dat in moderne SGEO’s met ‘schone technologie’ de TBN-waarde niet enkel een maatstaf is voor het neutraliserende vermogen van zuren. Het is een combinatie van alle additieven die bijdragen tot de TBN-waarde.

Maar hoe zit het met de impact op lange termijn?

Het punt is dat die andere componenten met zwakke basen in de praktijk volledig kunnen worden opgebruikt. Bijvoorbeeld: een antioxidant reageert met zuurstof en wordt verbruikt. Hierdoor daalt het TBN. Om die daling te voorkomen, verwijderen sommige olieproducenten de zwakke componenten uit de formulering van het smeermiddel. Hierdoor lijken de olieverversingsintervallen langer, wat ook door laboratoriumtesten wordt bevestigd. Maar het langetermijneffect is vuile motoren, meer olieafzettingen, langere downtime en hogere onderhoudskosten.

Onderstaande grafiek verduidelijkt dit probleem:

50% TBN

De zwarte stippellijn is de traditionele SGEO; de zwarte volle lijn is de hoogwaardige SGEO met ‘schone technologie’; de grijze zone is de daling van de componenten met zwakke basen, zoals antioxidanten, die niet bijdragen tot het vermogen om zuren te neutraliseren. Het verwijderen van andere belangrijke componenten verbetert de TBN-retentie, maar heeft negatieve neveneffecten.

Denk nog eens terug aan hoe de oliekwaliteit wordt bepaald

De 50 % TBN-grens en de perceptie dat de SGEO-kwaliteit vooral wordt bepaald door routineuze analyserapporten, niet door langetermijneffecten zoals schonere motoren, bepalen de voorwaarden voor de ontwikkeling van smeerolie. Dat is het gevolg van de manier waarom grenswaarden worden vastgelegd en hoe de kwaliteit van de olie wordt bepaald. Moderne gasmotoroliën met ‘schone technologie’ worden vaak te snel ververst. Door dat verkeerde beeld van ‘slechte kwaliteit’ wordt het aandeel van die oliën op de markt niet groter, waardoor gebruikers niet kunnen profiteren van de kracht van ‘schone technologie’.

Vaarwel broodjeaapverhaal

Het is tijd om afscheid te nemen van het 50 % TBN-broodjeaapverhaal. De prestaties van de motorolie moet de belangrijkste bezorgdheid zijn. De SGEO moet op het juiste tijdstip worden ververst. Dat vereist specifieke grenzen voor de verschillende oliën in plaats van generische grenzen voor alle oliën.

In de categorie: Nieuws.