top of page

Werkgevers geven minder snel een bedrijfswagen.

Op basis van een analyse bij 1,2 miljoen werknemers in de privésector met meer dan 175.000 bedrijfswagens stelt SD Worx vast dat het aandeel bedrijfswagens in 2023 voor het eerst in jaren stagneert.  Er doet zich een terugval voor in de bedrijfswagens bij de -30

jarigen, maar vooral bij de -25 jarigen; meer werkgevers geven het voordeel pas na 1 jaar anciënniteit. Vanaf 30 jaar gaat het in meer dan de helft van de gevallen om een functiewagen, voor jobs met klantenbezoek of in de bouw, die verplaatsingen met de wagen vereisen. In vergelijking met vijf jaar geleden geven werkgevers bijna een kwart meer uit voor een bedrijfswagen: de mediaan cataloguswaarde voor een nieuwe wagen steeg het laatste jaar alleen al met 10%. Toch blijven mobiliteitsvoordelen, zoals een wagen en de fiets(vergoeding), zeer populair bij Belgische werknemers, als instrument in de war for talent. SD Worx bevraagt elk jaar ongeveer 16.011 werknemers in 10 Europese landen, waaronder 1.000 werkende Belgen.


Vooral -25 jarigen krijgen minder snel een bedrijfswagen.

Veerle Michiels, mobiliteitsexpert bij SD Worx: “Er is een trend naar meer groene wagens en gestegen kosten. Voor het eerst in jaren is er een lichte terugval in bedrijfswagens (van 14,8% naar 14,6% in 2023). We zien de grootste terugval bij de -25 jarigen (van 3,3% naar 2,0%) en beperkt ook bij de 25-35 jarigen. Daarnaast stellen we vast dat meer werkgevers dit voordeel pas geven na 1 jaar anciënniteit: het percentage werknemers met een bedrijfswagen en minder dan 1 jaar anciënniteit daalt gevoelig tot minder dan 2% (nl. van 7,3% in 2022 naar 1,8% in 2023). De salariswagen blijft ook een belangrijk instrument om werknemers te behouden. Voor de functiewagens ligt dit natuurlijk anders: deze wagens horen bij de job die verplaatsingen naar klanten vereist; daar kunnen werkgevers moeilijk in snoeien.”


Helft bedrijfswagens zijn functiewagens en dus nodig voor de job.

Gemiddeld gaat het in de helft van de gevallen om een functiewagen, de andere helft zijn salariswagens, stelt SD Worx vast op basis van een bevraging bij meer dan 1000 Belgische werknemers. Deze opdeling is interessant, omdat hierover weinig gegevens bestaan. Toch is het belangrijk rekening te houden met dit onderscheid. Vanaf 30 jaar gaat het in meer dan een op twee gevallen om een functiewagen, nodig dus voor de job.

Veerle Michiels, mobiliteitsexpert bij SD Worx: “Bedrijfswagens zien we vooral bij werknemers met kinderen en bij een voltijdse tewerkstelling. Het is geen voorrecht van een paar ‘happy few’. Bovendien hoort de wagen vaak bij een job met meer verantwoordelijkheid, met een link naar klanten: deze functiewagens kom je tegen in commerciële en technische jobs, in de bouw, maar evengoed in de thuisverpleging. Deze werknemers kunnen ook niet zomaar afstand doen van hun wagen en overstappen naar een alternatief.”  Bij de -25 jarigen gaat het relatief gezien iets meer om een salariswagen, als instrument om jongeren met specifieke talenten aan te trekken, zo blijkt uit de bevraging. In twee derde van de gevallen (66%) gaat het bij min 25-jarigen om een salariswagen.


bottom of page